ALGEMENE VOORWAARDEN
VAN BVBA PHENIX TOTAL INTERIOR, KBO 0508801424, hierna ‘PHENIX’

1. Toepassingsgebied

1.1. Elke overeenkomst door PHENIX aangegaan, wordt beheerst door huidige algemene voorwaarden. De overeenkomst wordt nooit beheerst door de algemene voorwaarden van de opdrachtgever, zelfs al werden deze later dan huidige algemene voorwaarden medegedeeld.

1.2. Een opzegging van de overeenkomst door de opdrachtgever is geldig indien overeenkomstig art. 1794 B.W. én voor zover zij schriftelijk, per aangetekend schrijven, geschiedt en de werken zich nog maar in de voorbereidende fase bevinden (nog geen werfactiviteit); alsdan is de opdrachtgever aan PHENIX een vergoeding verschuldigd voor “al zijn uitgaven, al zijn arbeid, en alles wat hij bij die aanneming had kunnen winnen”; behoudens bewijs van grotere schade, wordt dit bedrag forfaitair begroot op 25% van de totale aannemingssom méér de reeds uitgestelde facturatie en is het verschuldigd zonder dat de opdrachtgever daarvoor afzonderlijk dient aangemaand te worden. Het risico ter zake het werk komt geheel en uitsluitend voor rekening van de opdrachtgever vanaf de datum van opzegging.

2. Omschrijving van het werk – aanvangsdatum – uitvoeringstermijn

2.1. Het uit te voeren werk wordt omschreven in de aannemingsovereenkomst.

2.2. De aanvangsdatum en uitvoeringstermijn van het werk wordt enkel bij wijze van inlichting verstrekt en is derhalve niet bindend. PHENIX organiseert haar werk vrij en naar eigen inzichten. De opdrachtgever kan niet eisen dat PHENIX het werk ononderbroken uitvoert. Bij regen en/of vrieskoude en andere erkende verletdagen is PHENIX sowieso gerechtigd de werkzaamheden op te schorten. Vertraging in de uitvoering tast de rechtsgeldigheid van de aanneming dan ook niet aan en verleent de opdrachtgever geen enkele aanspraak (bv. ontbinding van de aanneming, inhouding van de betaling, prijsreductie, schadevergoeding, weigering van het werk) lastens PHENIX.

2.3. De door PHENIX uitgevoerde werkzaamheden die niet beschreven staan in de aannemingsovereenkomst worden beschouwd als méérwerken en zullen vergoed worden op basis van de door PHENIX daarvoor gefactureerde prijs.

3. Prijs

3.1. De prijs is deze zoals in de aannemingsovereenkomst vermeld, tenzij PHENIX zich genoodzaakt ziet deze aan te passen aan de evolutie van haar vaste en/of variabele kosten ten gevolge van een wijziging in de structuur ervan (grondstoffen, lonen, energie, enz.), aanpassing waartoe PHENIX gerechtigd is. In dit geval geldt de nieuwe prijs zoals vermeld op de voorzijde van de factuur.

3.2. De prijs is exclusief méérwerken, B.T.W. en bewaarkosten.

3.3. PHENIX is steeds gerechtig tot het factureren van een voorschot ten belope van 20% van de aannemingssom vóór aanvang van het werk én tot uitstel van de uitvoering ervan indien dit voorschot niet vóór de voorziene startdatum van de werken is betaald. Een volgende schijf van 70% van de aannemingssom kan gefactureerd worden tijdens de uitvoering van het werk. Het saldo van 10% van de aannemingssom is te betalen bij materiële beëindiging van het werk.

4. Aansprakelijkheid

4.1. PHENIX verbindt zich tot een middelenverbintenis, d.w.z. dat zij zich van haar taken zal kwijten zoals het een goed huisvader betaamt. Zij neem geen resultaatsverbintenis op zich. Oplevering (materiële beëindiging) van het werk houdt tevens aanvaarding van dit werk door de opdrachtgever in.

4.2. De opdrachtgever bevestigt de uitvoeringscondities voorafgaandelijk het werk alsook de gebruiksaanwijzingen na uitvoering van het werk, te hebben ontvangen van PHENIX en deze te hebben begrepen.

4.3. De opdrachtgever staat, op eigen kosten en vóór de uitvoering van het werk door PHENIX, in voor het nageleefd zijn van alle voorwaarden door PHENIX gesteld in de offerte met betrekking tot de plaatsgesteldheid van de werf, de aanwezige nutsvoorzieningen, de voorbereidende handelingen door de opdrachtgever zelf te treffen etc. Niet-naleving van deze voorschriften, geeft PHENIX het recht de uitvoering van het werk te schorsen en leidt tot een algehele bevrijding van aansprakelijkheid zijdens PHENIX mocht zich een schadegeval voordoen. De opdrachtgever zorgt te allen tijde voor toegang tot de werf en PHENIX is gerechtigd het werk uit te voeren ook al is de opdrachtgever niet aanwezig. PHENIX kan evenwel nooit beschouwd worden als bewaarder van de werf.

4.4. De opdrachtgever staat in voor de coördinatie van de verschillende nevenaannemers.

4.5. PHENIX is ten opzichte van de opdrachtgever niet aansprakelijk voor beschadiging of diefstal van de goederen die het voorwerp uitmaken van de aanneming en/of van de goederen die zich op het werkterrein bevinden en/of van ondergrondse installaties (kabels, leidingen, …) en/of van oprit, tuin, beplanting, …. enz. Wordt PHENIX ter zake aansprakelijk gehouden ten opzichte van derden, dan is de opdrachtgever er toe gehouden PHENIX desbetreffend te vrijwaren. Enkel wanneer de opdrachtgever het bewijs levert van bedrog of een opzettelijke fout zijdens PHENIX – en van het oorzakelijk verband tussen deze fout/bedrog en de schade – is huidig beding niet toepasselijk.

4.6. PHENIX is enkel vrijwaring verschuldigd voor ernstige, verborgen gebreken aan het uitgevoerde werk die voortkomen uit grondstof – en/of fabrikatiegebreken van de daarbij gebruikte producten, alle andere oorzaken uitgesloten zijnde.

4.7. Elke rechtsvordering tot het bekomen van vrijwaring vanwege PHENIX wegens gebreken aan het uitgevoerde werk dient te worden ingesteld binnen de 3 maanden na de materiële beëindiging van dit werk, deze termijn een vervaltermijn zijnde.

4.8. Partijen zijn akkoord dat PHENIX niet gehouden is tot de 10-jarige aannemersaansprakelijkheid van de artikelen 1792 BW en 2270 BW bij gebreke aan uitvoering van stabiliteitsbedreigende grote werken. Mocht deze aansprakelijkheid desalniettemin van toepassing zijn, neemt zij alleszins een aanvang bij de materiële beëindiging van het werk.

4.9. De vrijwaringsverplichting die PHENIX eventueel treffen zou uit hoofde van voorgaande artikelen, beperkt zich alleszins tot: hetzij het kosteloos heruitvoeren van het werk, hetzij de terugbetaling van de prijs van het werk. Dit naar keuze van PHENIX.

4.10. 4.10Schade als produktieverlies, tijdverlies, winstderving, schade aan derden, …. Enz. (gevolgschade), veroorzaakt door een gebrekkig werk, komt dan ook nooit in aanmerking voor vergoeding door PHENIX.

5. Betaling

5.1. Behoudens andersluidende overeenkomst, is de prijs contant en zonder korting betaalbaar op de maatschappelijke zetel van PHENIX bij ontvangst van de factuur. Bankkosten zijn ten laste van de opdrachtgever.

5.2. In geval van niet-betaling, op de vervaldag der factuur, van de prijs, of het nog openstaande saldo daarvan, zal deze/dit worden verhoogd met een vergoeding van 10% dezer prijs of saldo (met een minimumvergoeding van 100 EUR), wat overeenkomt met de hinder die PHENIX aldus ondergaat, en met de in dit verband gemaakte administratiekosten. Daarenboven is de prijs of het nog openstaande saldo daarvan alsdan en vanaf de vervaldatum der factuur evenzeer te vermeerderen met conventionele verwijlsintresten tegen 12% per jaar. De zonet vermelde vergoeding en conventionele verwijlsintresten zijn van rechtswege verschuldigd zonder dat daartoe enige aanmaning vereist is. De conventionele verwijlsintresten worden per begonnen maand verrekend.

5.3. De niet-betaling, weze het gedeeltelijk, der prijs op de vervaldag van een factuur, maakt het verschuldigd saldo van al de andere, zelfs niet vervallen, facturen van rechtswege en zonder voorafgaandelijke ingebrekestelling onmiddellijk opeisbaar.

5.4. Niettegenstaande de hoger vermelde bepalingen betreffende de conventionele verwijlsintresten en de schadevergoeding zal de overeenkomst, indien PHENIX zulks verkiest, van rechtswege en zonder aanmaning, mits loutere kennisgeving ervan aan de opdrachtgever, ontbonden zijn lastens de opdrachtgever zo: geen betaling tussenkwam op de vervaldag van een factuur, de opdrachtgever één of meerdere van zijn verbintenissen niet is nagekomen, zo de opdrachtgever failliet werd verklaard of WCO of collectieve schuldenregeling heeft aangevraagd of in vereffening werd gesteld dan wel wanneer zijn staat van onvermogen werd vastgesteld, één en ander onverminderd het recht van PHENIX op vervangende en/of bijkomende schadevergoeding zo daartoe grond bestaat.

5.5. Alle kosten, incluis de honoraria van een advocaat, gemaakt ter invordering van de prijs en haar aankleven, zijn verhaalbaar op de opdrachtgever. Bij rechtsplegingsvergoeding ten gunste van PHENIX is het maximale bedrag verschuldigd.

6. Niet-uitvoeringsexceptie

6.1. De opdrachtgever is er niet toe gerechtigd betaling in te houden opzichtens PHENIX, om welke reden dan ook.

7. Waarborgen

7.1. De zaakvoerder of bestuurder van de opdrachtgever die de aannemingsovereenkomst tekent, tekent deze niet enkel uit hoofde van zijn functie -aldus de opdrachtgever verbindend-, doch ook in persoonlijke naam ten titel van solidaire en ondeelbare medeschuldenaar.

7.2. Indien het vertrouwen van PHENIX in de kredietwaardigheid van de opdrachtgever geschokt wordt door daden van gerechtelijke uitvoering tegen de opdrachtgever en/of aanwijsbare andere gebeurtenissen die het vertrouwen in de goede uitvoering der door de opdrachtgever aangegane verbintenissen in vraag stellen en/of onmogelijk maken, is de opdrachtgever er toe gehouden de door PHENIX gevraagde waarborg(en) te verschaffen.

7.3. Komt de opdrachtgever niet tegemoet aan deze verplichting dan is PHENIX er toe gerechtigd de aannemingsovereenkomst, van rechtswege en zonder ingebrekestelling, mits loutere kennisgeving ervan aan de opdrachtgever, te ontbinden, één en ander onverminderd het recht van PHENIX op vervangende en/of bijkomende schadevergoeding zo daartoe grond bestaat.

8. Geschillen

8.1. In geval van betwisting tussen partijen omtrent de overeenkomst (bv. wat betreft haar ontstaan, voortbestaan, uitvoering, interpretatie, …) zijn uitsluitend de rechtbanken van Antwerpen, afdeling Antwerpen, bevoegd tot beslechting van het geschil.

8.2. Uitsluitend het Belgische recht is van toepassing op de overeenkomst tussen partijen, en dit wat alle aspecten daarvan betreft (bv. ontstaan, voortbestaan, uitvoering, interpretatie, enz.).

9. Nietigheid

9.1. De eventuele nietigheid van één of meerdere bepalingen van deze algemene voorwaarden, heeft niet de nietigheid tot gevolg van de andere bepalingen van deze algemene voorwaarden, noch van de aannemingsovereenkomst. De nietige bepaling zal geacht worden te zijn vervangen door een geldige bepaling die zo dicht als wettelijk mogelijk aanleunt bij de nietige bepaling en gebaseerd is op de gemeenschappelijke bedoeling van partijen zoals die uit de overeenkomst en haar algemene voorwaarden blijkt.

Menu